Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Een van oorsprong Vlaamse familie uit de omgeving van Mechelen, die zich omstreeks het midden van de zestiende eeuw vestigt in Middelburg. De familie is tot vermogen gekomen met de handel en kort na haar vestiging in Zeeland in het bestuur geraakt, waar zij tevens huwen met zowel lokale gevestigde als nieuw opkomende immigranten families. Binnen drie generaties bevinden de Van de Perres zich in de hogere regionen van de bestuurlijke elite, een tendens die zich voortzet in de achttiende eeuw. Hoewel de familie over een groot vermogen, heerlijke rechten en onroerend goed beschikt, heeft men een chronisch tekort aan stamhouders. In 1802 sterft de familie in mannelijke lijn uit, in 1835 gevolgd door de laatste vrouwelijke telge. Een poging van de laatste om de naam Van de Perre te behouden, door deze te geven aan een van haar zoons, mislukte door diens jonge overlijden.

Er zijn thans nog vele nazaten van deze familie, uit de vrouwelijke lijnen. De naam is bewaard gebleven in het zogenaamde Van de Perrehuis te Middelburg, een stadspaleis dat in 1765 werd gebouwd door de architect Jan Peter van Baurscheit de jonge (1699-1768), in opdracht van één van de laatste leden van de familie en diens echtgenote. Dit gebouw maakt thans deel uit van het complex waarin sinds 2000 het Zeeuws Archief is gevestigd.

Noemenswaardige telgen van deze familie zijn:

♦ Paulus van de Perre (ca.1598-1653), bestuurder van Middelburg en diplomaat.
♦ mr. Ewaldus van de Perre (1631-1685), heer van Domburg. Was bestuurder van de stad Middelburg. Hij kocht in 1679 de ambachtsheerlijkheid van Domburg voor ruim 75.000 gulden. In pamfletten uit zijn tijd wordt hij genoemd als ‘de ongelikte beer uit Muskovie’, hetgeen zou duiden op Russische handelsactiviteiten.
♦ mr. Johan van de Perre (1713-1749), heer van Nieuwerve en Welsinge, bestuurder van Middelburg en muntmeester van de Grafelijke Munt van Zeeland.
♦ mr. Johan Adriaan van de Perre (1738-1790), heer van Nieuwerve en Welsinge en van Eversweert. Eveneens een bestuurder van Middelburg, representant van de Eerste Edele van Zeeland. Was tevens oprichter en actief lid van diverse genootschappen op het gebied van (amateur) wetenschappen, waaronder het nog altijd bestaande (Koninklijk) Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Gekend verzamelaar van boeken, (natuur)historische voorwerpen en curiosa. Hij en zijn echtgenote, Jacoba van den Brande (1735-1794), lieten het voornoemde Van de Perrehuis bouwen. In de zomers bewoonden zij het kasteel Westhove te Domburg.
♦ mr. Paulus Ewaldus van de Perre (ca.1745-1786), heer der Vier Bannen van Duiveland. Bewindhebber der Oost-Indische Compagnie, ter kamer Zeeland. Eigenaar van het huis Der Boede te Koudekerke. Hij was in 1786 gezant van de Staten-Generaal naar Brussel voor geheime onderhandelingen, raakte hier betrokken in een tweegevecht met doodslag; om zijn eer te redden moest hij de gifbeker drinken.
♦ mr. Martinus Johan Veth van de Perre (1747-1802), heer van Westkapelle en Nieuwland. Voornamelijk grondbezitter. Raakteals ambachtsheer van Westkapelle in dispuut met het bestuur aldaar; met de Omwenteling van 1795 werd hem persoonlijk aangezegd dat Westkapelle hem niet langer als heer beschouwde. Hij was de laatste mannelijke telg van het geslacht Van de Perre. Door zijn kinderloosheid stierf met hem tevens de familienaam Veth uit, die men middels hem had willen behouden.
♦ Jacoba Johanna van de Perre (1778-1835), vrouwe der Vier Bannen van Duiveland. Laatste (erf)dochter van de familie Van de Perre.