Introductie

~ Wat is Zeeuwse Elite?

Het is een database waarin de resultaten van ruim vijftien jaar biografisch, prosopografisch en genealogisch onderzoek zijn samengebracht – met betrekking tot ruim 100.000 aan elkaar verwante personen uit de verschillende gegoede standen in Zeeland tijdens de Vroegmoderne Tijd, uitlopend tot in de Moderne Tijd.

Het belangrijkste doel van de combinatie van dit (nog altijd voortdurend) onderzoek is inzicht te krijgen in de onderlinge (economisch-sociale) relaties, bezittingen en (politieke) machtsverhoudingen van de ‘gezeten families’ die ten tijde van de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden gerekend kunnen worden tot de elite van Zeeland.

~ Grondslag

Het zwaartepunt van de database ligt op de drie aangesloten eeuwen die het Ancien Régime vormen, de 16de, 17de en 18de eeuw.

Daarnaast is het interessant gebleken te bekijken hoe de Opstand in de Nederlanden, die resulteerde in de Tachtigjarige Oorlog, een breuk teweegbracht in het bestuur van het Gewest Zeeland en haar steden. Door opname van gegevens uit de 14de en 15de eeuw aangaande de historische adel en het stedelijk patriciaat, bestaat een inzicht in hoe:
♦ Het stadspatriciaat zich vaak staande wist te houden door vermenging met de nieuwe vermogende koopmanselite.
♦ De oude adel uitstierf, vertrok of langzaam opging in de nieuwe elite.
♦ De nieuwe elite zich heel snel een adellijk statuur aanmat dat vaak in relatie stond tot hun voorgangers.

En ook de tweede grote breuk is interessant genoeg om nader te bekijken. Met de revolutionaire Omwenteling aan het einde van de 18de eeuw is de zogenaamde “(brede) burgerij” opgetild uit de massa als een nieuwe elite. Ditmaal is de oude elite dezelfde die eerder, na de Opstand, gold als nieuwe elite. Deze voornamelijk 19de-eeuwse gegevens geven een beeld over hoe:
♦ De oude regenten hun invloed soms wisten te behouden, of de lokale zetels verlieten en overgingen tot het landsbestuur.
♦ Deze nieuwe families reeds verwant waren of raakten aan de oude elite.
♦ Maar ook hoe burgerlijk deze nieuwe families bleven, in tegenstelling tot hun voorgangers.

Basisvoorwaarde voor opname van elke nieuwe persoon in de database is dat deze tenminste aan één reeds opgenomen persoon verwant is, middels een bloed- of huwelijksrelatie. Hierdoor is de database gevormd op genealogische basis. Dit is een bewuste keuze. Ten tijde van het Ancien Régime zijn familierelaties zeer belangrijk en meer dan andere factoren van grote invloed op status, carrière en vermogen.
Een gevolg is echter wel dat deze database niet gezien kan worden als een volledig totaaloverzicht van bijvoorbeeld de vroedschappen van Middelburg, Goes of Zierikzee of een andere Zeeuwse stad – omdat in deze stadsbesturen ook personen hebben gezeteld die buiten de familiaire kring van de ‘gezeten families’ zijn gebleven. Frappant is echter dat relaties soms toch historisch of toekomstig gelegd kunnen worden, waardoor de dekking weliswaar de 100% niet raakt maar deze wel vrij dicht nadert.

~ Samenstelling van de elite

De Zeeuwse elite kan in grote lijnen beschouwd worden als een samenstelling van:

1. Zeeuwse adel
Dit is een kleine groep van voornamelijk middeleeuwse riddermatige en (lagere) landadel die langzaam is verdwenen – vertrokken naar onder meer de (katholieke) Zuidelijke Nederlanden, maar ook eenvoudigweg uitgestorven of opgegaan in de nieuwe families.

2. Historisch stadspatriciaat
Een groep van oude regentenfamilies, vaak sinds de 14de à 15de beschreven als zijnde zetelend in de vroedschappen van de diverse Zeeuwse steden. Deze families weten over het algemeen tijdens de Opstand hun invloed te bestendigen en gedurende de volgende eeuwen uit te breiden; vaak ook door slimme huwelijkspolitiek met de eigen stand en (nieuwe) vermogende koopmansgeslachten.

3. Brede- of Eigengeërfden
Deze grondbezitters vormen een kleine groep die louter door grondbezit of plattelands-/polderbestuur hun invloed kunnen doen gelden. Zij bewegen zich soms tussen de oude adel en de stedelijke burgerij. Als zij niet tot de een of de andere groep gerekend kunnen worden hangt het vaak samen met religie of boerenafkomst van de familie. Wanneer deze families hun grondbezit weten uit te breiden, worden zij vaak toch deel van een stedelijke burgerij.

4. Koopmansgeslachten
De meest dominerende factor binnen de Zeeuwse elite vanaf de late 16de eeuw. Over het algemeen betreft het immigranten die zich met geld (en goederen), reeds bestaande handelsnetwerken en zelfs bestuurlijke ervaring in Zeeland vestigden. Onder deze migranten vinden we zowel geloofs- als economische vluchtelingen, het gros is afkomstig uit Frankrijk en (hedendaags) België. Vrijwel universeel is de omweg (via London, Frankfurt, Keulen, Amsterdam, Rotterdam) waarmee zij Zeeland bereiken. Als zij zich al niet met verwanten vestigen, dan trouwen zij vrijwel direct met andere immigranten. Door de versnelde groei van de Zeeuwse steden slagen zij erin om, naast het voortzetten van hun handelsactiviteiten, ook in de vroedschappen te komen.

5. Militaire- en predikantenfamilies
Hoewel zeer verschillend van karakter hebben zij één ding gemeen: Zowel welstand als bestuurlijke macht blijven beperkt. Het gaat doorgaans om families die niet door status of vermogen een directe intrede in de elite kunnen bewerkstelligen. Maar al vanaf de vroege 17de eeuw worden zij om statusverhogende redenen (glorie/devotie) beschouwd als acceptabele huwelijkspartners voor jongere kinderen. Er is vaak sprake van een sterke beroepsfactor; er zijn voorbeelden waarbij zonen, klein- en achterkleinzonen in navolging van hun vaders (of maternale familie) ook in dienst van leger of kerk treden. Binnen de database vormen zeker de predikantenfamilies (met ruim tweeduizend predikanten) een duidelijke groep.

6. Koloniale geslachten
Families die soms generaties in de Oost of West hebben verbleven keren vaak op een zeker moment definitief terug naar de Nederlanden, al dan niet met achterlating van (verwante) administrateurs op hun koloniale bezittingen. Er zijn meerdere voorbeelden te noemen waarbij soms maar een heel zwakke band met Zeeland bestond, maar waar een familie toch binnen twee generaties wordt opgenomen. Vermogen is hier de bepalende factor, aangezien het merendeel van de vermogende repatrianten niet op status of grondbezit bij geboorte kon bogen.

7. Gestudeerde (brede) burgerij
Zonen van grondbezittende landbouwers, gegoede middenstanders en lagere ambtenaren krijgen gedurende de 18de eeuw (mede onder invloed van de Verlichting) steeds meer toegang tot het hoger onderwijs. Zij bereiken hierdoor de lagere posities in het bestuur, worden notaris, arts of rentmeester. En in de geest van de tijd verenigen zij zich tegen de oude elite. Waar zij tot de Omwenteling nooit de boventoon voeren, worden zij daarna ineens op het bestuurlijke pluche getild. Sommige van deze families verworden in een tijdspanne van twee decennia ineens de nieuwe elite. Er is sprake van vermenging met de oude regentenfamilies, maar het is opvallend dat zij hun burgerlijke afkomst niet vergeten.

Deze samenstelling heeft ook tot gevolg dat het aanvankelijke uitgangspunt, om de database zuiver Zeeuws te houden, niet te handhaven valt. Door de vele binnen- en buitenlandse immigranten verwerd de Zeeuwse elite tot een smeltkroes van oude en nieuwe Zeeuwse families. Uit het onderzoek is eveneens gebleken dat er vaak ‘terug-getrouwd’ wordt; bijvoorbeeld twee broers vluchtten uit Frankrijk naar de Republiek, de één vestigt zich in Middelburg de ander in Amsterdam. Na verloop van een paar generaties (en dus na vermenging met plaatselijke (elite)families aldaar) zien we dat de achterkleinkinderen van de broers in het huwelijk treden. Zeker in de 17de eeuw is dit een veelvoorkomend fenomeen, waardoor veel families (vooral de koopmansgeslachten) nauwe banden met de bestuurlijke elites in de Hollandse en Utrechtse steden onderhouden.

In de 19de eeuw, met de stichting van het (Verenigd) Koninkrijk der Nederlanden wordt er een formele Nederlandse adel gevormd en een informeel patriciaat. Voor Zeeland betekent dit dat het leeuwendeel van de (dan) oude elite tot het patriciaat wordt gerekend. Slechts een klein deel wordt verheven in de Nederlandse adel, inlijvingen en erkenningen zijn vrijwel niet aan de orde. Deze families zijn echter onderling dusdanig vermengd geraakt dat er, met uitzondering van een predikaat of titel, geen daadwerkelijk statusonderscheid gemaakt kan worden.

~ Voorbeelden

De database Zeeuwse Elite biedt een onderbouwde blik in de familiale en sociaal-maatschappelijke omgeving van de opgenomen personen en kan ook verklaringen geven over het waarom van een carrière of huwelijk; denk bijvoorbeeld aan:
♦ Eén van Nederlands meest illustere reders en kooplieden die samen met zijn broer een internationaal handelshuis weet te stichten, een Caraïbisch eiland tot privé baronie kan laten verheffen en een immens (zelfs spreekwoordelijk onmetelijk) fortuin weet te verkrijgen – om het vervolgens ook weer allemaal te verliezen. Waren zij inderdaad nouveau riche? En wie waren de minder bekende leden van de familie? Is de familie er ooit weer bovenop gekomen?
♦ Wat bezielt de enige zoon van een rijk koopman om predikant te worden?
♦ Binnen tweehonderd jaar kent een buitenhuis acht eigenaren met een andere achternaam, terwijl het landgoed niet eenmaal verkocht is. Hoe loopt de vererving en waarom wordt het niet doorgegeven aan de zonen die er wel degelijk zijn?
♦ Of een net afgestudeerde jongeman die na zijn ‘Grand Tour’ al direct in de vroedschap wordt benoemd van een stad waar hij niet is geboren – hoe kan dit? Wie zetelen er nog meer in de raad, wie van zijn verwanten trekt aan de touwtjes en bezorgt hem deze positie?
♦ Hoe komt dat een vooraanstaande familie met bestuursfuncties en adellijke relaties letterlijk om de hoek een familie heeft wonen met dezelfde bijzondere naam, maar die ‘slechts’ winkeliers of zelfs klerken op het eigen kantoor zijn?
♦ Een Middelburgse koopman in wijnen nodigt voor de festiviteiten ter gelegenheid van zijn vierde huwelijk Raadpensionaris De Witt uit, hoe komt deze koopman aan zo’n invloedrijke kennis?

De koopmanszoon bleek opgevoed te zijn door een oudoom van moederskant; in die matrilineaire lijn schuilen maar liefst vijftien predikanten. Ondanks de rijkdom van de handel, koos hij voor de maternale traditie van de kerk. De twee families met dezelfde naam – er is geen verwantschap en ook geen tragisch verhaal van aan lager wal raken. Het is eenvoudigweg toeval. En de Middelburgse wijnkoper blijkt zich op te houden in een kring van Staatsgezinde heren, daarbij was zijn in Indië geboren bruid een achternichtje van de raadpensionaris; politiek en huwelijk waren sterk verbonden.

En zo zijn er tal van voorbeelden die uit de database Zeeuwse Elite zijn te halen. Vaak geeft dit een beeld van de opkomst en ondergang van personen en families, maar soms ook van continuïteit en durende vooruitgang. Er zijn echter ook families van wie na één of twee generaties al niets meer bekend is.

~ Genealogie vs. Stamboomonderzoek

Een bijkomstigheid is dat met dit onderzoek valt aan te tonen dat er wel degelijk een verschil bestaat tussen de (historische) genealogie en het populaire ‘stamboomonderzoek’.

Stamboomonderzoek is een bezigheid geworden waarbij mensen op zoek gaan naar de geschiedenis van de eigen naam en familiegeschiedenis. Een enkele keer wordt er een verzameling gemaakt van alle families die (al dan niet toevallig) dezelfde familienaam dragen en hoe deze bij elkaar komen – of niet. Vaak echter blijft dit onderzoek beperkt tot het niveau van een oppervlakkig overzicht van namen en data, soms met een enkele bijzondere gebeurtenis.

In dit onderzoek wordt niet gekeken naar één individuele familie of familienaam, maar naar bevolkings-/standsgroepen. Hierbij is het juist belangrijk te weten met wie zij trouwen omdat dit een indicatie is van onder meer de sociale positie, die voortgezet kan worden door kinderen – of juist veranderd. Daarnaast ontstaat een beeld over hoe vermogen en bezit worden vergaard en uitgebreid, en of dit middels familiale (vererving, huwelijk) danwel zakelijke wijze gaat; tevens waar de bezittingen uit bestaan, hoe er geleefd wordt en waar de sociaal-maatschappelijke belangen liggen. En zoals de opgaande lijn ontwaard kan worden, wordt ook ontdekt waar het mis gaat.
Bij elk opgenomen individu wordt ernaar gestreefd in elk geval een duidelijk beeld van de verwanten te krijgen. Waar mogelijk wordt dieper ingegaan op de persoon en het gezin door het toevoegen van persoonlijke – (correspondentie, dagboeken, testamenten) en zakelijke informatie (benoemingen, boedelrekeningen, koophandel), maar ook het bezit van heerlijkheden, buitenhuizen en andere onroerende goederen en hoe dit wordt gekocht of verkocht, of vererft naar volgende generaties. Ook portretten en kunst- of andere collecties en bibliotheken worden opgenomen, dan wel vermeld in de database. Dit alles telkens met een verwijzing naar de bron en/of collectie. Het doel is om de persoon te plaatsen in zijn of haar tijd. Dit is de (historische) genealogie.

~ Gebruik & Toepasbaarheid

De database heeft inmiddels haar nut bewezen. In de vijftien voorliggende jaren van het onderzoek, waarin de database werd opgezet en gestaag groeide door het toevoegen van eigen onderzoek en aantekeningen uit zowel primaire bronnen als literatuur, zijn er ook vele verschillende onderzoeken uit voortgekomen.

Voor musea is onderzoek verricht naar de provenance (in familiaire erflijnen) van portretten. Ook zijn bestaande identificaties nader bekeken, soms blijken deze onmogelijk en kan aan de hand van de database een aannemelijker kandidaat aangewezen worden. Onderzoek naar (oude) legaten en schenkingen wordt uitgevoerd om het onderling verband tussen museale objecten vast te stellen.
Voor particulieren wordt onderzoek gedaan naar erfstukken – meestal vanuit de vraag: ‘Hoe komt dit in onze familie en was die voorouder?’
Maar ook voor verzamelaars die stukken op veilingen hebben aangekocht en nadere informatie wensen over de betrokkenen of genoemden; van bewerkte sieraden tot gegraveerd glaswerk of zelfs een muziekschrift van een jong meisje. Aan de hand van soms zeer summiere gegevens kan vaak worden achterhaald om wie het gaat, waar en wanneer.
Meerdere malen zijn verzoeken ontvangen van restauratoren, voor opheldering over personen en families in relatie tot historische objecten, maar bijvoorbeeld ook over de juiste uitvoering van te restaureren (wapen)ornamenten in kerken.
Voor een auteur is onderzoek gedaan naar haar Zeeuwse voorgeslacht vanwege de overlevering af te stammen van een bekend staatsman uit Zeeland; niet alleen kon worden vastgesteld dat de overlevering fictief en zelfs uitgesloten is, maar daarnaast is aangetoond aan wie zij wèl verwant blijkt te zijn.
Tenslotte wordt ook met regelmaat door collega-onderzoekers uit andere disciplines (kunsthistorie, literatuur, militaire geschiedenis, kookhistorie, archiefwezen) een beroep gedaan op de database voor ondersteuning van bijvoorbeeld eigen onderzoek of de voorbereiding van een artikel.

Een database als deze is nooit volledig; maar het is meer dan eens gebleken dat daar, waar het nog niet toereikend blijkt te zijn, door onderzoek in relatief korte tijd onverwachte resultaten naar boven komen – waar zowel de vraagsteller (een antwoord) als de database (aanvullingen) mee gediend worden.

Logo try-out ZE 250x250-1

Dit in het kort is de Zeeuwse Elite

~ ! ~ Indien dit uw eerste bezoek is
bezoek dan ook de pagina: 
Handleiding & FAQ

Advertenties